Echternach

springprocessie-2014-0-klHet Aartsbisdom Utrecht organiseerde ook in 2017 een bedevaart naar Echternach, waar elk jaar de ‘springprocessie’ wordt gehouden. Deze korte pelgrimage (5 en 6 juni) voerde naar het graf van de eerste bisschop van Utrecht en de patroon van de Nederlandse kerkprovincie, Sint Willibrord. Het vertrek was op Tweede Pinksterdag, maandag 5 juni. De springprocessie zelf vond plaats op dinsdag 6 juni. Hieraan doen jaarlijks twaalf- tot veertienduizend pelgrims mee. Daar zijn acht- tot negenduizend springers bij.

In Echternach bevindt zich het graf van de heilige Willibrord, de eerste bisschop van Utrecht en de patroon van de Nederlandse kerkprovincie. De tegenwoordige basiliek in Echternach is de vijfde kerk die op deze plek gesticht werd, de eerste werd door St. Willibrord gebouwd. In 1906 werd het gebeente van St. Willibrord plechtig overgebracht naar de kerk. In 1939 werd de kerk verheven tot de rang van pauselijke basilica. De dinsdag na Pinksteren wordt in Echternach de traditionele Springprocessie gehouden. Duizenden bedevaartgangers trekken door de straten van Echternach naar de basiliek waar de heilige Willibrord begraven ligt. Het Aartsbisdom Utrecht organiseert regelmatig een bedevaart naar Echternach bij gelegenheid van de Springprocessie.

Twee stappen vooruit, één achteruit. Dat is wat de meeste mensen weten van deze Springprocessie in Echternach. Dat dit niet klopt en het in feite een ‘religieuze dans’ is naar het graf van de apostel van de ‘lage landen’, is redelijk onbekend. Religieuze dansen kwamen in de Middeleeuwen op meer plaatsen voor. Vaak waren het gekerstende voortzettingen van heidense gebruiken. Voor Echternach is daar trouwens geen bewijs voor. Feit is wel dat al spoedig na de dood van Willibrord in 739 hele stromen pelgrims naar het graf van de heilige in Echternach kwamen. De oudste vermelding van een ‘grote driesprong’ ter ere van Sint Willibrord dateert uit de elfde eeuw.

‘Dansende heiligen’
In die tijd waren er verschillende manieren van springen door de zogenaamde ‘dansende heiligen’: pelgrims die in een noodsituatie een belofte hadden afgelegd of zich onder de bijzondere bescherming van de heilige hadden gesteld. Sommige pelgrims sprongen naar rechts en naar links en naar voren, bleven dan voor een gebed of lied staan, en gingen zo door tot ze in de basiliek waren. Er waren ook staande heiligen, die de sprong vervingen door een drievoudige stap. Later ontstond de huidige driesprong.
Dat men daarbij naar voren en naar achteren springt, is een bekend beeld dat echter niet klopt. Dit is mogelijk ontstaan doordat de processie onderweg wel eens stagneerde. De pelgrims moesten dan een pas op de plaats maken of zelfs terugwijken, waardoor de indruk ontstond dat er systematisch achteruit gesprongen werd. Deze foutief beschreven wijze van springen werd al in de 19de eeuw door ooggetuigen weerlegd. Desondanks waren er altijd weer groepen, die zich verplicht voelden om vast te houden aan deze vermeende traditie en voor- en achteruit sprongen. Sinds 1947 wordt er alleen naar voren gesprongen, een pas zijwaarts naar links en dan een pas zijwaarts naar rechts.

Dezelfde melodie
De deelnemers zijn tijdens de processie met elkaar verbonden via witte zakdoeken en springen in de maat van de processiemars: de processie wordt begeleid door muzikanten die steeds dezelfde melodie spelen. Deze grijpt terug op een eenvoudig volkswijsje, dat men in heel Europa in verschillende varianten terugvindt.
Dat de springprocessie ook moderne pelgrims nog aanspreekt, komt doordat het ‘springen’ het mogelijk maakt om met het hele lichaam te bidden. Het is een uitdrukking van vreugde, maar ook een echte boeteoefening, omdat het een flinke inspanning vraagt. De processie geeft het gevoel samen met de gemeenschap van het volk van God onderweg te zijn naar het eeuwige doel.