Aartsbisdom > Nieuws > Vicaris Hoogenboom ‘met vreugde en hoop’ aan de slag

Vicaris Hoogenboom ‘met vreugde en hoop’ aan de slag

In de eerste ‘Op Tocht’ van 2008 stelt de nieuwe vicaris-generaal, mr. Th. Hoogenboom zich voor aan het aartsbisdom. We geven hier voor diegenen die het bisdomblad ‘Op Tocht’ niet ontvangen nogmaals de volledige tekst.

Graag neem ik de uitnodiging van de redactie van ‘Op Tocht’ aan om mij aan u voor te stellen. Ik ben geboren op 27 augustus 1960 te Oudewater. Na mijn middelbare schooltijd in Utrecht (Gregorius College) en in Gouda (Antonius College) studeerde ik Nederlands Recht aan de Universiteit Utrecht. Na mijn afstuderen vervulde ik mijn dienstplicht als aspirant reserve-officier, waarna ik gedurende twee jaar als wetenschappelijk onderzoeker werkte aan de Universiteit Utrecht. Mijn werkterreinen waren vooral het Nederlands staats- en bestuursrecht, waarbij vooral de fundamentele rechten van de mens (de zgn. grondrechten) en het waterschaps- en waterstaatsrecht mijn belangstelling hadden.

Diverse ontmoetingen met mensen die werkzaam zijn in het parochiepastoraat, mijn ervaringen als vrijwilliger in de parochie Geboorte Johannes de Doper in Montfoort en een groeiende interesse voor de theologie brachten mij er toe om mij als priesterstudent te melden bij het Ariënskonvikt. Tijdens mijn pastorale stage mocht ik het Twentse land, zijn bewoners en het katholieke geloofsleven aldaar beter leren kennen. Terugkomend in Utrecht voltooide ik theologiestudie aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht met een scriptie op het terrein van de moraaltheologie.

Ik heb het als een voorrecht ervaren dat ik vervolgens –na een extra pastorale stage in het Eemland-ziekenhuis in Amersfoort- door de bisschop voor een periode van drie jaar naar Rome werd gezonden om daar kerkelijk recht te gaan studeren. Als bewoner van het Nederlands College (met medestudenten uit Nederland, Afrika, India en Indonesië) en als student aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana heb ik in Rome ook de wereldkerk beter leren kennen. Dat is een kostbare bron van geloofservaringen geworden, waaruit ik nog bijna dagelijks vreugde, moed en inspiratie put. Tijdens mijn Romeinse studiejaren werd ik op 25 september 1999 door kardinaal Simonis in de St. Catharinakathedraal tot priester gewijd. Na mijn studies terugkerend in Nederland, werd ik op 1 augustus 2001 benoemd tot conrector van het Ariënskonvikt en tot kerkelijk rechter van het Aartsbisdom Utrecht. Daarnaast mocht ik gaan assisteren in de parochie van de HH. Nicolaas en Monica en in de H. Joseph parochie, beide in Utrecht.

Ik zie met veel voldoening en dankbaarheid terug op de ruim zes jaren waarin ik als ’huispriester’ mocht wonen in het huis van het Ariënskonvikt aan de Catharijnesteeg. De dagelijkse Eucharistieviering in de mooie huiskapel van ons huis zal ik zeker gaan missen, evenals de collegiale contacten met de stafleden en de hartelijke betrekkingen met priesterstudenten uit diverse bisdommen. Als conrector heb ik geprobeerd een bijdrage te leveren aan de opleiding en vorming van een nieuwe generatie diocesane priesters in het aartsbisdom Utrecht en in de bisdommen Groningen-Leeuwarden, Rotterdam en Breda. Deze ervaringen stemmen mij dankbaar. Daardoor ben ik namelijk ook zelf verder gevormd als mens, als gelovige en als diocesaan priester. Dankzij de vele contacten die ik in en via het convict heb mogen opdoen, ben ik ook nauwer verbonden geraakt met het aartsbisdom Utrecht in al zijn geledingen en verscheidenheid. Hetzelfde geldt voor mijn werk als kerkelijk rechter en (sinds 1 september 2003) als leidinggevende aan de kerkelijke rechtbank (officiaal).

Mijn aanstaande benoeming tot vicaris-generaal betekent dat ik een overstap ga maken naar het bestuur van het aartsbisdom Utrecht en daarin onze nieuwe aartsbisschop mgr. Eijk terzijde mag gaan staan. Terwijl ik mij inwerk onder de collegiale en zorgvuldige begeleiding van vicaris-generaal Rentinck, realiseer ik mij nog meer hoe uitgestrekt ons aartsbisdom is en hoe rijk en veelkleurig het kerkelijk geloofsleven is. Ook besef ik nog meer dat de Rooms-Katholieke Kerk in ons land, en ook het aartsbisdom Utrecht, heel spannende tijden doormaakt en tegemoet gaat. Het is waar dat er de nodige zorgen zijn over de toekomst van het katholieke geloofsleven in onze streken. De zorgen van velen onder u zijn ook de mijne. Maar veel talrijker nog dan de zorgen zijn de kansen en mogelijkheden voor Christus’ Kerk om in onze tijd en in onze streken het Evangelie in woord en daad te verkondigen. Ik hoop daar als vicaris-generaal van ons mooie aartsbisdom aan te mogen gaan bijdragen. Ik begin er aan met vreugde en hoop. Altijd in het geloof dat het de Heer is die in kracht van zijn Geest de Kerk leidt en die in alles zal voorzien.

Ik hoop velen van u in de nabije of verdere toekomst persoonlijk te mogen ontmoeten. Misschien gebeurt dit wel tijdens een wandeling. Want ik ben van plan om de trainingstochten ter voorbereiding van mijn jaarlijkse deelname aan de Vierdaagse van Nijmegen in het aartsbisdom te gaan houden. Zo kunnen opbouw van wandelconditie hand in hand gaan met een nadere kennismaking met ons aartsbisdom en allen die daarmee verbonden zijn.

Laten wij ondertussen op voorspraak van de heilige Willibrord onophoudelijk te bidden voor de Kerk van Utrecht, voor allen die daartoe behoren en voor onszelf; dat wij in kracht van de Geest mogen groeien in verbondenheid met God in Jezus Christus en met elkaar.

Tags: