Diakendag: de batterij opladen om elders een lichtje te laten branden

De jaarlijkse ontmoetingsdag van het Aartsbisdom Utrecht voor permanent diakens en hun echtgenotes vond ditmaal plaats op zaterdag 31 januari in het Ariënsinstituut aan de Utrechtse Keistraat. De dag begon met een Eucharistieviering in de St. Catharinakathedraal, waar celebrant mgr. Hoogenboom de aanwezigen mede namens kardinaal Eijk hartelijk welkom heette. Het middagprogramma begon met een indrukwekkende inleiding over armoede in Nederland door Leo Wijnbelt, voorzitter van de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp en ex-voorzitter van de Vereniging Nederlandse Voedselbanken. Vervolgens gingen de diakens in groepjes uiteen om zich verder te verdiepen in de thematiek middels een ‘gesprek in de Geest’. De bijeenkomst werd afgesloten met een drankje.
In zijn preek stelde mgr. Hoogenboom dat de lezingen van deze dag “ons in een uiterlijke én innerlijke storm brengen.” Hij noemde de storm op het meer uit het Marcusevangelie “een beeld van onze tijd. We leven in een wereld vol onzekerheid: oorlogen, armoede, polarisatie, eenzaamheid. Veel mensen voelen zich stuurloos.” En in de eerste lezing “hoorden we over de innerlijke beroering van koning David, die door de profeet Nathan wordt geconfronteerd met zijn zonde. Juist doordat David zijn zonde erkent, mag hij Gods vergeving, Gods barmhartigheid ontvangen.” Op deze diakendag vierde de Kerk bovendien de gedachtenis van de H. Johannes Bosco, een priester die leefde in de stormen van zijn tijd: armoede, verwaarlozing van jonge mensen, morele ontwrichting. Mgr. Hoogenboom: “Don Bosco liet zich niet verlammen door de chaos van zijn tijd, maar werd een teken van hoop. Hij geloofde dat elke mens, hoe beschadigd ook, een kostbaar kind van God is.”
Volgens mgr. Hoogenboom is het beoefenen van de werken van barmhartigheid een houding, een manier van leven. In dat verband noemde hij de apostolische exhortatie ‘Dilexi te’ waarin paus Leo XIV de Kerk eraan herinnert dat barmhartigheid geen bijkomstigheid is, maar het hart van het Evangelie. Niet geheel toevallig was dit document één van de teksten die de diakens ter voorbereiding op deze bijeenkomst toegestuurd hadden gekregen.
Lees hier de volledige samenvatting van de preek van mgr. Hoogenboom

In zijn slotwoord bij de viering wees mgr. Hoogenboom op de speciale kaars die tijdens de viering brandde op het altaar: deze was eerder die week door nuntius mgr. Speich ontstoken vanwege de gebedsestafette voor de implementatie van synodaliteit. Mgr. Hoogenboom: “Vanmiddag komen we op een synodale manier bijeen, daar zal dan ook een soortgelijke kaars branden.”
De eerste helft van het middagprogramma bestond uit een gloedvol betoog van Leo Wijnbelt over ‘armoede in Nederland’. Wanneer je je vaste lasten en niet-vermijdbare kosten niet kunt betalen, ben je arm volgens de actuele definitie, anders niet, zo schetste hij. Dat betekent dat zo’n 550.000 gezinnen in Nederland in armoede leven. Nog eens 1,1 miljoen mensen zijn bíjna arm: zij hebben geen financiële buffer. En de ontwikkeling is dat de armoede stijgt.
Wijnbelt benoemde een aantal oorzaken, zoals een te laag of onzeker inkomen (bijvoorbeeld ZZP’ers), hoge vaste lasten, het eigen risico in de zorg. Andere oorzaken zijn werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, scheidingen, laaggeletterdheid, digibetisme, schulden en het gebrek aan een vangnet. Onder de belangrijkste groepen die in armoede leven, zijn kinderen, werkende armen, eenoudergezinnen en ouderen. En er zijn weliswaar meer dan dertig inkomensaanvullende regelingen in Nederland, maar “er is waarschijnlijk niemand in Nederland die hier alles van weet,” zo zei Wijnbelt. Bovendien zijn er grote onderlinge verschillen bij de uitvoering door gemeenten. En: de vanuit de overheid veronderstelde zelfredzaamheid (of een netwerk hebben om je daarbij te helpen) gaat voor velen niet op.

Gevolgen van leven in armoede zijn honger, schaamte, onzekerheid en angst (zoals het niet meer durven openen van enveloppen: Wijnbelt heeft situaties gezien waarin het geen schoenendozen, maar vuilniszakken vol waren), frustratie richting de overheid, verdriet (geen cadeautje hebben voor een jarige maar ook: geen kinderfeestje kunnen geven omdat er geen geld is voor een traktatie). Daarnaast is het van invloed op de gezondheid. Volgens Wijnbelt leven mensen die voortdurend in armoede leven gemiddeld zeven jaar korter dan anderen.
Een ander gevolg betreft het sociaal-psychisch welzijn: meedoen kost geld. Ook hier is het voorbeeld van niet mee kunnen doen met verjaardagen van toepassing. Andere gevolgen: eenzaamheid, afhankelijk zijn van voedsel- of kledingbank, je zelfbeeld dat een knauw krijgt, onmacht, passiviteit (er gebeurt iets in je psyche waardoor je lethargisch wordt). En economisch: schulden, boete op boete, de deurwaarder op de stoep, loon- of uitkeringsbeslag, zwart werken met alle risico’s van dien.
De gevolgen voor kinderen “gaan me nog het meest aan het hart,” aldus Wijnbelt. Hij noemde onder meer de enorme taalachterstand die velen hebben, lagere schoolprestaties, naar school gaan zonder ontbijt (tegenwoordig bestaat het schoolontbijt, maar veel kinderen worden daarmee niet bereikt), geen buitenschoolse activiteiten, bij adolescenten: het niet hebben van de juiste merkkleding.

Kon Wijnbelt zijn betoog dan tenminste hoopvol eindigen?, zo vroeg dagvoorzitter diaken Michael Buijkx hem. Samenvattend stelde Wijnbelt: armoede is een veelkoppig monster, armoede treft gigantisch veel medeburgers en er is hulp, maar dat is een ongecoördineerde lappendeken. Er zijn naar schatting 50.000 mensen werkzaam om mensen in (bijna-)armoede te helpen, plus nog eens circa 50.000 vrijwilligers. Wijnbelt: “Die vrijwilligers zijn fantastisch: vaak zijn zij veel beter in staat om te helpen want zij hebben tijd, betrokkenheid, ze luisteren. Dat zijn bouwstenen die terugval voorkomen.”
Aansluitend zou diaken Buijkx een inleiding verzorgen met theologische verdieping van het thema armoede, onder meer aan de hand van ‘Dilexi te’. Omdat het programma echter iets uitliep en “iedereen toch ook nog vol is van het betoog van Leo Wijnbelt,” werd besloten deze presentatie per e-mail toe te sturen aan de diakens en verder te gaan met de ontmoeting rond de woorden ‘Ik heb u liefgehad’ in de vorm van een synodaal ‘gesprek in de Geest’. De diakens en hun echtgenotes verdeelden zich in vier groepjes. Ieder kon uit een zevental korte teksten een passage kiezen die hem of haar aansprak, deze voorlezen en kort toelichten waarom juist die zin opviel. Dit alles omgeven door momenten van stilte. In een tweede ronde kon gereageerd worden op de bijdragen uit de eerste ronde: na elke spreker was er weer stilte. Vervolgens werden kernwoorden uit deze reacties genoteerd die tijdens de afsluitende plenaire ronde door een vertegenwoordiger van elk groepje gedeeld werden.



In een kort slotwoord stelde mgr. Hoogenboom dat Nederlanders vooral ‘doe-mensen’ zijn, maar dat dit synodale gesprek een mooie vorm van geloofsverdieping is. “Ga bemoedigd naar huis,” zo zei de hulpbisschop, “op een dag als deze kun je je batterij opladen om elders een lichtje te laten branden.”

