Aartsbisdom > Nieuws > Dag voor nieuwe katholieken: de Kerk is blij met uw komst

Dag voor nieuwe katholieken: de Kerk is blij met uw komst

Het Aartsbisdom Utrecht organiseerde op 31 oktober in Utrecht een Ontmoetingsdag Nieuwe Katholieken. Ruim zeventig volwassenen uit alle delen van het aartsbisdom die in de afgelopen twee jaar zijn toegetreden tot de R.-K. Kerk waren aanwezig bij deze ontmoetingsdag. Sinds de coronacrisis was deze dag niet meer gehouden, het is de bedoeling dat deze weer vaker wordt georganiseerd. De deelnemers waren enthousiast: “Ik heb wel enkele dagen nodig om alles goed tot me door te laten dringen,” zei één van hen na afloop.

De dag startte met een Eucharistieviering in de St. Catharinakathedraal, met kardinaal Eijk als hoofdcelebrant. Na een korte bezichtiging van de kathedraal verplaatste de groep zich naar de Sint Augustinuskerk, waar in de zalen naast de kerk werd geluncht. Vervolgens ging het programma verder in de kerk. Daar hield vicaris Kuipers van het vicariaat Deventer een inleiding en aansluitend hield pastor De Bekker een oefening in meditatie en gebed. Na een stadswandeling eindigde het programma in het bisschopshuis aan de Maliebaan 40, waar mgr. Woorts en mgr. Hoogenboom een rondleiding gaven door de (vergader)zalen en de kapel.

In zijn preek verwees kardinaal Eijk naar de Evangelielezing (Lc. 14, 1,7-11) waarin staat: “Want al wie zichzelf verheft zal vernederd, en wie zichzelf vernedert zal verheven worden.” Hoe kun je als nieuwe katholiek met zulke teksten nu duidelijk maken aan je omgeving wat je hebt gevonden in het katholieke geloof?, zo vroeg kardinaal Eijk zich af. “Want laten we eerlijk zijn, dit gaat volledig in tegen de mentaliteit in de huidige samenleving. Het adagium ‘bescheidenheid siert de mens’ was iets voor de jaren vijftig, nu heb je de plicht om assertief te zijn en carrière te maken. In zo’n samenleving spelen liefde en mededogen nauwelijks een rol want daar kom je niet ver mee. Ik chargeer natuurlijk maar u herkent het beeld,” aldus kardinaal Eijk.
Maar God heeft zich in Zijn Zoon tot het uiterste vernederd in de kruisdood om onze zonden uit te boeten en ons door Zijn verrijzenis tot het Rijk van Gods eeuwige liefde te brengen, zo zei de Utrechtse aartsbisschop. “Door toe te treden tot de Kerk hebben jullie besloten om Jezus na te volgen,” vervolgde kardinaal Eijk. “Hij leeft in u en u leeft in Hem. Dat is het sterkst in de Eucharistie waarin we Hem persoonlijk ontmoeten. Als Jezus uw leven is, dan moet u ook bereid zijn om vernederd en vervolgd te worden als Jezus dat van ons vraagt.”
Wie geleefd heeft met Christus wordt in de hemel een plaats gewezen, zo stelde kardinaal Eijk. “Laat ons leven in Christus zijn, dat wil zeggen intens met Hem verbonden, bij hoogtepunten en dieptepunten; dan blijven we met Hem in liefde en overgave verbonden, nu en in dit leven en in de eeuwigheid.”

Tijdens de lunch was er veel ruimte voor uitwisseling: de nieuwe katholieken vertelden elkaar over de individuele geloofsweg die ze waren gegaan en hoe ze hun geloof persoonlijk en in de parochie vorm geven.

Vicaris Kuipers benadrukte vervolgens in zijn inleiding getiteld ‘Welkom thuis!’ dat voor de nieuwe katholieken “de geloofsweg niet stopt op de dag waarop u katholiek wordt. Op die dag begint juist een nieuwe fase.” Ieders route naar het katholieke geloof is verschillend, aldus vicaris Kuipers, “maar vandaag heeft u iets gemeenschappelijks: u heeft allemaal, ieder op uw eigen manier, een stap gezet naar de katholieke Kerk. In het Evangelie zegt Jezus tegen de eerste leerlingen: ‘Komt en ziet!’ (Joh. 1,39). Jezus begint niet met een ingewikkeld programma of een lange lijst verplichtingen. Hij nodigt mensen uit om Hem te ontmoeten, bij Hem te blijven en met Hem op weg te gaan. Dat is wat u hebt gedaan. U bent gekomen, hebt geluisterd en ontdekt, en uiteindelijk hebt u een stap gezet naar de katholieke Kerk. Vandaag mogen we daar samen bij stilstaan.”
En omdat geloof “niet alleen iets is wat je weet of waarvoor je kiest maar ook iets is waarin je groeit,” stond vicaris Kuipers in het vervolg van zijn inleiding stil bij twee woorden: inwortelen en ingroeien.
Inwortelen betekent volgens Kuipers: Je hoort er als nieuwe katholiek al helemaal bij maar “je mag de katholieke traditie leren kennen, leren bidden, de Bijbel beter verstaan en ontdekken wat het betekent om als christen te leven. … Het geloof moet niet alleen in ons hoofd terechtkomen, maar ook in ons hart, onze handen en onze voeten. Het mag richting geven aan onze keuzes en onze manier van leven. Dat geldt voor ons allemaal.”

Wie katholiek wordt, gaat deel uitmaken van een wereldwijde geloofsgemeenschap. Kuipers: “Die wereldwijde Kerk wordt voor u heel concreet in de plaatselijke parochie: de gemeenschap waar u de Eucharistie viert, andere gelovigen ontmoet en samen het geloof beleeft. Maar niet alleen u moet ingroeien in de parochie. Ook de parochie heeft de verantwoordelijkheid om u werkelijk te ontvangen. Weten we wie u bent? Vragen we hoe het met u gaat? Is er ruimte voor uw vragen? Helpen we u om uw plaats te vinden? Een hartelijk welkom op de dag van uw doop of opname is mooi. Maar het is minstens zo belangrijk dat mensen u ook maanden later nog zien en belangstelling tonen voor uw geloofsweg.” Het is daarbij belangrijk om samen op weg te gaan, benadrukte vicaris Kuipers.
Hoe kunnen we verder groeien in het geloof? “Een belangrijke plaats is weggelegd voor de Eucharistie,” aldus Kuipers. “De zondagse Mis is het hart van het katholieke leven. We luisteren naar het Woord van God, ontmoeten Christus in de Eucharistie en laten ons door Hem voeden. We ontvangen niet alleen iets voor onszelf. We worden ook samengebracht tot één gemeenschap. We noemen de Kerk het lichaam van Christus: we zijn met Hem en met elkaar verbonden. Maar de parochie is meer dan de plaats waar de Mis wordt gevierd. Het is ook de gemeenschap waar mensen elkaar helpen, lief en leed delen, zieken bezoeken en aandacht hebben voor mensen die eenzaam zijn. Samen proberen we het Evangelie zichtbaar te maken.”
“Naast de Eucharistie is het persoonlijke gebed belangrijk. Misschien is bidden voor u nog nieuw. Het is ook niet altijd eenvoudig. Daarom zal pastor Gauthier de Bekker u straks helpen en handvatten geven om een goed gebedsleven te ontwikkelen. Een relatie groeit immers doordat je tijd voor elkaar maakt. Dat geldt ook voor onze relatie met God.”
Vicaris Kuipers wilde de aanwezigen graag nog iets meegeven “dat misschien niet altijd voldoende wordt gezegd: de Kerk is blij met uw komst. Wanneer mensen katholiek worden, is dat niet alleen een persoonlijke vreugde voor henzelf of hun familie. Het is ook een vreugde voor de hele Kerk. Uw ja-woord aan Christus is een teken van hoop. Misschien hebt u het gevoel dat u nog maar aan het begin staat en nog veel moet leren. Dat is ongetwijfeld zo. Maar ook mensen die al hun hele leven katholiek zijn, mogen iedere dag opnieuw groeien. Niemand bezit het geloof als een diploma dat je eenmaal behaalt en daarna voorgoed op zak hebt. We ontvangen het als een geschenk en worden uitgenodigd het steeds opnieuw te ontdekken en door te geven.”

Daarna verzorgde pastor De Bekker een oefening in meditatie en gebed. Hij vertelde dat een gebed niet altijd iets nieuws hoeft te bevatten, een bezoek aan je ouders levert ook niet altijd nieuws op “maar het is toch goed dat je geweest bent,” zo zei hij. En wat is een goed gebed? Volgens De Bekker is dat een gebed “dat is gebeurd, een slecht gebed is een gebed dat niet is gebeden.” Het gaat uiteindelijk om contact met God, om tijd daarvoor te maken. “Dat hoeft niet altijd bijzonder te zijn, bidden kan met behulp van een tekst uit een boek maar ook in je eigen woorden.”
Na deze inleidende woorden van pastor De Bekker gingen de deelnemers in drietallen uiteen om zich aan de hand van een viertal vragen te buigen over de tweede lezing van Allerheiligen (1Joh. 3,1-3).

De daaropvolgende stadswandeling voerde de deelnemers langs het beeld van de heilige Willibrord te paard, de priester- en diakenopleiding het Ariënsinstituut, Paushuize en het standbeeld van paus Adrianus VI om te eindigen in het bisschopshuis. Daar kregen de nieuwe katholieken nog een rondleiding met tekst en uitleg over het gebouw en de bisschoppelijke bewoners.

Katholiekleven sprak met twee mensen uit het Aartsbisdom Utrecht die ieder een bijzondere weg naar het geloof aflegden. Voor Thara Kluin werd het geloof een bron van troost en geborgenheid. De 22-jarige Yannick van Lienen vond God na jaren van verslaving, op het dieptepunt van zijn leven. Twee totaal verschillende verhalen, maar beiden kunnen inmiddels vol overtuiging zeggen: “Hier hoor ik thuis.”
Ook Carla Wildeboer-Koning uit Utrecht trad in augustus van dit jaar toe tot de R.-K. Kerk tijdens een viering in de kapel van de Aloysiuskerk. Het was een sluitstuk van een jarenlang proces, zo vertelt ze. “Als tiener ging ik met een tante al naar de Nachtmis en als opleiding deed ik de katholieke PABO. Daarna werkte ik op een r.-k. basisschool en had ik veel contact met gelovige ouders. Ik was dus al vroeg op de hoogte van de katholieke rituelen. Ik ging in die jaren soms naar de kerk. Het werd anders toen mijn dochter twaalf jaar geleden naar de kathedrale koorschool ging. Toen kwam ik vaker in de kathedraal en ik merkte dat me dat veel bracht. In het dagelijkse leven ben ik op school en thuis altijd alles aan het regelen en in de kerk viel dat helemaal weg. Daar stap in je een andere tijd en ruimte en ik vond het heerlijk dat nu iemand anders bepaalde of ik moest staan of zitten.
Toen mijn dochter klaar was met de koorschool ben ik een paar keer per maand naar de kerk blijven gaan, vaak met mijn man. Ook in het buitenland ging ik soms naar de Mis. Zo groeide langzaam het verlangen totdat ik dacht: nu wil ik er helemaal bij horen. Ik wilde niet meer met gekruiste armen naar voren gaan om de zegen te ontvangen, ik wilde te communie gaan. Ik ben zo blij dat ik die stap heb gezet!
Het heeft me veel blijdschap gebracht. Ook dat ik de openheid voel om het er in mijn omgeving over te hebben. Zo heb ik gisteren aan mijn collega’s verteld dat ik vandaag naar een dag voor nieuwe katholieken zou gaan. Ik ben er lange tijd emotioneel over geweest en nu nog steeds gebeurt dat soms als ik erover vertel. Het is een soort bevrijding dat ik heb gedaan wat al zo lang in mijn hoofd en in mijn gevoel zat. Ik vind rust en steun als ik een kaarsje aansteek bij Maria. Het helpt om mijn gedachten te ordenen, in een drukke periode is het extra fijn om naar de kerk te gaan.”

Klik op de groepsfoto voor een vergroting