‘Augustijnse’ Religieuzendag in Utrecht

Op uitnodiging van de bisdomstaf van het Aartsbisdom Utrecht vond op 3 februari de jaarlijkse ontmoetingsdag plaats voor de religieuzen die woonachtig zijn in het Aartsbisdom Utrecht. Deze keer vond de ontmoetingsdag plaats in en bij de gerestaureerde St. Augustinuskerk aan de Oudegracht te Utrecht. Daar werden ruim twintig mannelijke en vrouwelijke religieuzen uit diverse delen van het aartsbisdom alsmede de hulpbisschoppen Woorts en Hoogenboom gastvrij ontvangen door de communiteit van de paters Augustijnen en de communiteit van de zusters Augustinessen van Sint-Monica.
Pater Jan van Dril osa heette de gasten hartelijk welkom in de Monicazaal naast de St. Augustinuskerk. Daarna sprak mgr. Hoogenboom mede namens kardinaal Eijk en mgr. Woorts zijn waardering uit voor het feit dat zo’n diverse groep religieuzen gehoor had gegeven aan de uitnodiging om naar de Domstad te komen.
Eén van hart en één van ziel
Vervolgens gaf pater Gerben Zweers osa middels een PowerPoint-presentatie een inleiding in de monastieke spiritualiteit van Augustinus (354-430). Hij zei onder meer: “Ik wil u iets vertellen over de monastieke spiritualiteit van Augustinus. Dat is een aspect dat maar weinig aan bod komt, omdat de nadruk doorgaans erg ligt op de theologie van Augustinus, op zijn taken als bisschop en zijn visies op Kerk, sacramenten, genade en het staan in de wereld. (…). De kern van zijn monastieke spiritualiteit verwoordde Augustinus als volgt: ‘Allereerst moet u eensgezind tezamen wonen, een van hart en een van ziel op weg naar God’.”

Pater Zweers wees erop dat Augustinus in een commentaar op Psalm 4,10 over het leven als één van hart en één van ziel zegt dat je de eenvoud van het hart bereikt, als je je losmaakt van de stroom van tijdelijke, voorbijgaande dingen om je zo geheel aan God te wijden. Pater Zweers legde ook een verband met de wapenspreuk van paus Leo XIV, die zelf augustijn is: “Zoals iedere bisschop, dus ook de bisschop van Rome, heeft paus Leo een wapenspreuk. Die luidt ‘In illo uno unum’. Het betekent in de éne Christus één. Het is, en dat is opmerkelijk genoeg geen citaat uit de Bijbel, een citaat uit een commentaar van Augustinus op psalm 128: ‘Wanneer ik over christenen spreek in het meervoud, dan bedoel ik dat ze één zijn in de ene Christus. Jullie zijn echter met velen, en jullie zijn één; wij zijn met velen en wij zijn één. Hoe zijn we met velen en toch één? Omdat we ons vastklampen aan Hem, van wie wij de ledematen zijn; omdat ons Hoofd in de hemel is, mogen de ledematen Hem daarnaar volgen’.”

‘De rijkdom van het Godgewijde leven’
Om 12.00 uur vierden de religieuzen met de andere gelovigen in de St. Augustinuskerk de dagelijkse Mis met als celebrant mgr. Hoogenboom en als concelebranten mgr. Woorts en diverse priester-religieuzen. Mgr. Hoogenboom wees in zijn inleidend woord op het bijzondere karakter van de dag: “Vandaag, 3 februari, is in twee opzichten een bijzondere dag. We vieren de gedachtenis van de heilige Blasius van Sebaste, in de vierde eeuw bisschop en martelaar in Armenië die in de traditie wordt aangeroepen als voorspreker voor gezondheid en bescherming, vooral tegen keelziekten. (…) Maar het is vandaag ook om een andere reden een bijzondere dag. Gisteren, op 2 februari, vierde de Kerk het feest van de ‘Opdracht van de Heer’ (Maria Lichtmis). In 1997 heeft de heilige paus Johannes Paulus II bepaald dat daags daarna de ‘Werelddag voor het Godgewijde Leven’ wordt gevierd. Een dag waarop we stilstaan bij de rijkdom van het Godgewijde leven, ook in ons aartsbisdom: mannen en vrouwen die door hun religieuze geloften een teken zijn van Gods liefde in de wereld.”

‘Een helend gebaar’
In zijn homilie ging mgr. Hoogenboom onder meer in op de betekenis van het Godgewijde leven in Kerk en samenleving: “De aanwezigheid van religieuzen in een bisdom is geen bijkomstigheid, maar een wezenlijk onderdeel van het leven van de Kerk. Religieuzen zijn vaak aanwezig op de plekken waar de nood het grootst is: in ziekenhuizen, scholen, opvanghuizen, vluchtelingenwerk, pastorale zorg en missionaire initiatieven. De oudere religieuzen omkransen dit alles met hun gebed. Religieuzen vormen ook in het Aartsbisdom Utrecht een levende herinnering aan het Evangelie: zij belichamen een manier van leven die volledig geworteld is in Christus, in gebed, in eenvoud en dienstbaarheid. Hun roeping is een teken dat de Heer nog steeds spreekt, roept en mensen uitnodigt om zich door Hem te laten aanraken en Hem radicaal te volgen.”
Mgr. Hoogenboom vervolgde: “Aanraken en helen. Op deze dag gedenken we de heilige Blasius, een bisschop die volgens de overlevering een jongen redde van verstikking door een visgraat. Het is een eenvoudig verhaal, maar het raakt aan iets dieps: Blasius was een herder die nabij was, die bad, die zegende, die beschermde. De zegen op voorspraak van de heilige Blasius door de aanraking met van de hals met twee kaarsen is geen magisch ritueel. Het zachte kruisen van de kaarsen bij de keel is een helend gebaar. De begeleidende woorden van de zegen spreken ons over genezing, bescherming en vrede. Het is een teken van Gods zorgende nabijheid voor ons lichaam én onze ziel. Een teken dat de Heer ons door zijn aanraking wil beschermen tegen en genezen van keelziekten en andere kwalen.”

Augustinessen van Sint-Monica
Na de lunch met erwtensoep gaf zr. Marielle osa mede aan de hand van historische foto’s een overzicht van de geschiedenis van de Congregatie Augustinessen van Sint-Monica, die in 1934 werd gesticht door de in de Utrechtse Wijk C bekende en geliefde pastoor Sebastianus Van Nuenen osa. Hij was pastoor van de St. Augustinuskerk en met zuster Augustina van Reijssen osa stichtte hij in 1934 de Congregatie van de Zusters Augustinessen van Sint-Monica. Deze congregatie is gebaseerd op de derde regel van de Augustijner orde en dankt haar naam aan de heilige Monica, de moeder van Augustinus. De congregatie telde al snel tientallen zusters die zich aanvankelijk in Utrecht maar daarna ook in Amsterdam, Hilversum (Klooster De Stad Gods), Maastricht, Sittard en Arnouville (bij Parijs) toelegden op de zorg voor arme gezinnen en allerlei vormen van sociaal werk.

Bekend werd de Congregatie van de Zusters Augustinessen van Sint-Monica vanaf 1939 zeker ook door hun liefdevolle zorg voor ongewenst zwangere meisjes en jonge vrouwen in het project ‘Meisjesstad’. Later verzorgden zij ook de opvang van vrouwen die dakloos waren, die geconfronteerd werden met huiselijk geweld, of die om andere redenen een veilige plek nodig hadden. Wie ontmoette op straat of bij het uitgaan van de kerk niet ooit een Augustines van Sint-Monica die – om de zorg voor de medemens in nood te kunnen betalen – loten verkocht voor ‘Meisjesstad’ en die een abonnement aanprees op het (inmiddels 92 jaargangen tellende) blad ‘Stad Gods. Inspiratie van de Augustinessen van Sint Monica’?

Ten slotte brachten de gasten nog een bezoek aan het klooster van de Zusters Augustinessen van Sint-Monica op de hoek Oudegracht/Waterstraat. In de mooie kloosterkapel kregen zij uitleg over de glas-in-loodramen die onder meer verwijzen naar de strijd tussen de aardse stad en de stad Gods in het beroemde werk van Augustinus ‘De Stad Gods’ en die ook verwijzen naar de geschiedenis van het Augustijnse religieuze leven. De dag werd afgesloten met het gezamenlijk bidden van het gebed na de middag.
Foto’s: mgr. Woorts en zr. Monica Raassen crss


