Juni 2026

Maak eens een einde aan al dat gemopper

In een serie toespraken in Deuteronium kijkt Mozes terug op de 40 jaar die het Joodse volk na de bevrijding uit Egypte in de woestijn heeft doorgebracht. Feitelijk zou het volk in korte tijd van Egypte naar Kanaän hebben kunnen trekken. Maar om de haverklap verzetten zij zich tegen God en tegen Mozes, Zijn profeet. En daarom laat God hen 40 jaar ronddwalen in de woestijn.

Ze mopperen tegenover Mozes constant dat ze niet te eten en te drinken hebben. Als Mozes op bevel van God water voor hen uit de rots doet stromen, dan zijn ze die gave van God binnen de kortste keren vergeten. Ze krijgen van God manna uit de hemel en als vlees kwartels, maar dan is het ook weer niet goed. Want dan mopperen ze weer over dat minderwaardige eten dat hen tegenstaat.

Mozes is in het Oude Testament een voorloper van Jezus. In Mozes zien we al iets van het beeld van de Messias opdoemen. Het Evangelie laat zien dat Jezus hetzelfde lot treft als Mozes. De Joden lopen te mopperen over wat Hij zegt. Zij willen na de wonderbare broodvermenigvuldiging Jezus tot hun koning uitroepen.

Maar Jezus wil iets heel anders. Hij zegt:

“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.”

Dan blijven wij in Hem en Hij in ons. Als de Joden dat horen, beginnen ze te mopperen. Want daar zaten zij nou net niet op te wachten.

Het valt zeer te betreuren dat wat eertijds onder de Joden het geval was, ook onder christenen plaatsvindt. Veel christenen die meestal niet naar de kerk gaan of ex-christenen geven af op de Kerk en daarmee impliciet op Christus, want de Kerk is Zijn lichaam.

Waarom zouden zij mopperen op de Kerk en daarmee ondankbaar zijn voor wat Christus voor ons heeft gedaan? Hij heeft ons door Zijn kruisdood bevrijd uit de duisternis van ons Egypte, de slavernij van de zonde. Door Zijn verrijzenis heeft Hij ons voor de eeuwige dood behoed. Zij mopperen op Christus en Zijn Kerk, omdat zij er als het ware voor kiezen in Egypte te blijven en de duisternis in hun hart te laten heersen, door de verkeerde keuzes die ze maken.
Ook bij ons zal het gemopper en de onvrede wel eens de overhand hebben, maar het is dan goed om te beseffen dat er op dat moment duisternis in ons hart heerst. En duisternis kan de oorsprong zijn van veel kwaad.

De Kerk is door Christus ingesteld om ons te vervullen met Zijn licht. Wie Hem in Zijn kerk zoekt, vindt ook het licht. Het licht van Christus, het licht der wereld, schijnt door de verkondiging van Zijn Woord uit de Heilige Schrift en door het sacrament van de Eucharistie, waarin we Hem onder de gedaanten van brood en wijn, Zijn Lichaam en Zijn Bloed, in persoon ontvangen.

Door het sacrament van de Eucharistie schijnt Christus’ licht rechtstreeks in ons hart, omdat het ons tot Christusdragers maakt. Christus bevrijdt ons uit ons Egypte, verdrijft alle duisternis uit ons hart en brengt ons tot het heldere licht dat in het Beloofde Land straalt.
Ons Beloofde Land is de hemel. De hemel is niet een plaats, maar is een toestand waarin de ogen van onze ziel geopend worden, zodat we God van aangezicht tot aangezicht zien. Dan zien we het volmaakte licht rechtstreeks. Nu kan al iets van dat licht in ons schijnen, doordat we Christus in het sacrament van de Eucharistie ontvangen, waarin Hij werkelijk is. Daarom heet het sacrament van de Eucharistie het onderpand van het eeuwig leven. Het kan al het duister, alle gemopper, alle negatieve gevoelens, alle ondankbaarheid en zonden uit ons verdrijven. We gaan dan delen in het leven van God, waarin geen enkele duisternis is, maar het licht overheerst.

Al het gemopper en de duisternis kunnen we beter achter ons laten. Want in het sacrament van de Eucharistie schenkt Hij ons rechtstreeks aandeel aan Zijn licht, dat nooit uit zal doven, maar eenmaal in Gods eeuwig Koninkrijk voor altijd zal blijven schijnen.