September 2026
Hoe centraal staat het kruis in ons leven?
Maandag 14 september herinnerde de Kerk ons op het feest van Kruisverheffing aan het kruis van Christus met als doel dat wij dat niet alleen op Goede Vrijdag gedenken, maar het in ons hele leven een centrale plaats geven. Op weg van Egypte naar het beloofde land zwerven de Israëlieten 40 jaar lang door de woestijn. Dit is een onherbergzaam gebied. Er is niet gemakkelijk aan water en voedsel te komen. Meer dan eens dreigen zij te bezwijken. Echter, keer op keer ervaren de Israëlieten hoe God met hen is. Water doet Hij voor hen op het gebed van Mozes uit de rots vloeien. God geeft hen manna en kwartels te eten. Maar na een poosje komen de klachten: deze menukaart is te eenzijdig naar hun zin. Zij verliezen hun geduld en beginnen te mopperen (Num. 21,4-9). Het konden wel Nederlanders zijn.
Daarop neemt de Heer een effectieve maatregel: hij zendt giftige slangen op hen af die hen bijten, waardoor een groot aantal onder hen de dood vindt. Had dat niet anders gekund, denkt de gemiddelde een-en-twintigste-eeuwer dan bij zichzelf: gesprekken met een psycholoog, groepssessies, agogische begeleiding of mediation om maar iets te noemen. Nu ja, als we het toch over een psychologische aanpak hebben: bij nader inzien blijkt de maatregel die God treft een psychologisch en pedagogisch aspect te hebben dat we er op het eerste gezicht misschien niet achter zouden hebben gezocht. Door het zenden van die giftige slangen maakt God de Israëlieten iets duidelijk omtrent hun eigen innerlijk leven en hun gemoedstoestand.
Het gif komt namelijk niet op de eerste plaats van die slangen: het gif zat al in de harten van de Israëlieten. Boosheid begint met een opkomend gevoel van ontevredenheid. Dat gif bederft ons innerlijk, bederft onze relaties met medemensen en vooral met God en het doodt de liefde. Het doet denken aan de slang die de eerste mensen opstandig maakte tegen hun Schepper; die spoot een gif in het hart van de eerste mensen dat zij verwelkomden, maar dat dodelijk bleek voor hun verblijf in het aards paradijs, een beeld voor het geluk dat zij kenden in de fase direct na hun schepping.
De komst van die giftige slangen confronteert de Israëlieten met het gif dat al in hun eigen hart aanwezig was. En dat niet alleen: God geeft zo ook de weg aan om ervan te worden bevrijd. Wie opkijkt naar de bronzen slang die Mozes op een hoge paal zet, blijft in leven, ook al is hij door het gif aangetast. Het opkijken naar de bronzen slang is een erkenning van dat gif in het eigen hart en leidt tot verzoening met God. Wie weigert het gif in het eigen hart onder ogen te zien, wordt er slachtoffer van en sterft.
Jezus past het beeld van de bronzen slang van Mozes op zichzelf toe:
“En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben” (Joh. 3,13-14).
Het omhoog heffen van Jezus gebeurt wanneer het kruis waaraan hij is genageld, rechtop wordt gezet.
Evenals de Israëlieten in de woestijn bij het opzien naar de bronzen slang, worden wij dan geconfronteerd met wat het gif in ons innerlijk en in onze relaties met anderen teweegbrengt. Ook Jezus, de Zoon van God en de Mensenzoon, hangend aan het kruis is daar het slachtoffer van. Echter, daar aan dat kruis overwint Jezus al het kwaad en de gevolgen ervan, vooral de dood. Want het kruis op Goede Vrijdag staat in directe verbinding met de verrijzenis op Paaszondag. Wanneer we opkijken naar Jezus’ kruis, wordt het gif uit ons hart vervangen door Gods liefde. Als die dodelijke kracht uit ons hart is verwijderd, kunnen we weer echt als mens leven, eeuwig leven. En dat is een bevrijding die we op eigen kracht niet kunnen bewerken. Dat kan alleen door het kruis van Christus.