Oktober 2026
Contemplatief leven
Communauteiten van contemplatief leven zijn voor een bisdom buitengewoon kostbaar. Helaas moesten we enkele jaren geleden afscheid nemen van het klooster van karmelietessen in Zenderen. Vorig jaar verloren we de Karmel in Arnhem. De zusters van dit klooster zijn vertrokken naar Oirschot, naar dezelfde plek waar ze in de zeventiende eeuw hun eerste klooster in Nederland hadden. Daar kunnen zij terugvallen op zorg die zij vanwege hun gemiddeld hoge leeftijd nodig hebben. Eind vorige maand heb ik hen daar bezocht. Zij maken het goed.
Gelukkig hebben we nog twee contemplatieve gemeenschappen over. Het betreft in Utrecht het klooster van aanbiddingszusters van Steyl, naar de kleur van hun habijt de roze zusters genoemd. Op de tweede plaats is er bij Arnhem nog de abdij van de trappistinnen.
Het is een bijzonder moment in contemplatieve communauteiten wanneer de zusters als novicen aan hun opleidings- en vormingsperiode beginnen. Vanaf dat moment dragen zij het habijt. Zij leggen bij die gelegenheid de drie geloften van het religieuze leven af: die van armoede, die van kuisheid en die van gehoorzaamheid.
Armoede houdt in dat zij geen privébezit zullen hebben, maar dat alles gemeenschappelijk bezit is van de orde of congregatie. Hun leven is eenvoudig, sober en bescheiden. Hiermee maken zij een keuze die onbegrijpelijk is in de ogen van de huidige geseculariseerde wereld en consumptiemaatschappij, omdat deze Christus niet meer kent. In hun armoede weerspiegelt zich namelijk iets van de armoede die Jezus, de Zoon van God, heeft gekozen door mens te worden en onze menselijke omstandigheden te delen, die getekend zijn door de gevolgen van onze zonden. En dat, terwijl Hij zelf zonder zonden was. Door de gelofte van armoede kiezen zij ervoor om Jezus van dichtbij te volgen.
Ook door de gelofte van kuisheid, dus van het celibaat, weerspiegelen zij iets bijzonders van Jezus, die zelf celibatair was en zei:
“De kinderen van deze wereld huwen en worden ten huwelijk gegeven, maar die waardig zijn gekeurd deel te krijgen aan de andere wereld en aan de verrijzenis uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven. Zij kunnen immers niet meer sterven, omdat zij gelijk engelen zijn; en als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God” (Luc. 20,34-36).
Door hun celibataire leven herinneren religieuzen alle andere mensen aan hun eeuwige bestemming in Christus, het eeuwige leven in het huis van God na de opstanding, waarin we niet meer zullen trouwen.
In de gelofte van gehoorzaamheid zullen zij iets bijzonders weerspiegelen van de gehoorzaamheid van Christus, waarmee Hij de missie aanvaardde die God de Vader Hem had toevertrouwd: mens te worden en de dood aan het kruis te ondergaan. Bijna alle religieuzen zeggen dat de gelofte van gehoorzaamheid de moeilijkste is om na te leven.
In hun leven volgens deze drie evangelische raden zullen de zusters als het ware bruiden van Christus zijn en een levende catechismus voor hun tijdgenoten. Het noviciaat is een periode om te leren steeds meer op Jezus te lijken, op een bijzondere manier.
In veel vrouwelijke religieuze communauteiten is de eerste naam van de zusters Maria, gevolgd door een eigen naam. Zij zien de Heilige Maagd Maria, de Onbevlekte Ontvangenis, als hun belangrijkste voorspreekster en hun belangrijkste voorbeeld. Via de aartsengel Gabriël heeft zij het diepste ‘ja’ gezegd dat een mens ooit tegen God heeft gezegd, door zich volledig aan Hem over te geven en te zeggen:
“Zie, ik ben de dienstmaagd van de Heer: laat mij geschieden naar uw woord” (Luc. 1,38).
In het noviciaat brengen zij al de offers die horen bij hun leven van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid, en aanbidden het Koninklijk Hart van Jezus. Dat doen zij ook plaatsvervangend voor de velen die in de huidige geseculariseerde samenleving nooit offers brengen in de naam van Christus en nooit tot Hem bidden. Bid voor hen, opdat een druppel van het Bloed van Jezus hun hart mag raken en hen mag redden.