Aartsbisdom > Nieuws > Kardinaal Eijk legt krans bij herdenking Erehof op 4 mei

Kardinaal Eijk legt krans bij herdenking Erehof op 4 mei

Bij gelegenheid van de nationale dodenherdenking op 4 mei legde kardinaal Eijk een krans op Het Erehof van de Utrechtse begraafplaats St. Barbara. Ook locoburgemeester Voortman van Utrecht en vertegenwoordigers van enkele organisaties legden een krans. Ook dit jaar werden de namen uitgesproken van de vijftig gevallenen die in de oorlogsgraven op Het Erehof begraven liggen: militairen, verzetsstrijders, dwangarbeiders en represailleslachtoffers uit of rond de stad Utrecht. Dhr. Willem Spee deelde het verhaal van zijn opa Petrus Gerardus Spee, die niet begraven ligt op Het Erehof maar wiens naam is gebeiteld in het monument voor leden van de Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) dat schuin achter Het Erehof staat.

In zijn woord van welkom vertelde de heer Van Geloven van het organisatiecomité dat deze KAB-gedenkplaats 21 namen bevat. Dhr. Spee (foto links) noemde vervolgens zijn opa een “echte aanhanger van de katholieke sociale leer” met de encyclieken ‘Rerum novarum’ van paus Leo XIII en ‘Quadragesimo anno’ van paus Pius XI. De aan de Gildstraat wonende familie Spee nam in de Tweede Wereldoorlog het Joodse gezin Rechter uit de Frans Halsstraat in onderduik. Zij waren gevlucht uit Oostenrijk en hadden hier vanaf de jaren twintig een bestaan opgebouwd in de financiële sector. Na zijn arrestatie werd Spee uiteindelijk in Kamp Vught te werk gesteld bij Philips – in relatief goede omstandigheden, mogelijk dankzij zijn vakbondscontacten. Vervolgens kwam hij echter in Dachau terecht. Daarna was hij zo verzwakt dat hij in februari 1945 is gestorven. Spee noemde de aanwezigheid van zijn kinderen en kleinkinderen vandaag belangrijk: zij hebben immers – in tegenstelling tot zijn eigen generatie – geen directe verbinding meer met de Tweede Wereldoorlog via ouders en grootouders, maar op hen rust wel de taak het verhaal verder te vertellen.

Aansluitend waren de kransleggingen bij het monument en werden de vijftig namen van de slachtoffers op Het Erehof uitgesproken. Daarna was er een bloemenhulde door de nabestaanden. Bij elk graf werden één of meer bloemen gezet. Vervolgens klonk het signaal ‘Taptoe’, gevolgd door twee minuten stilte. Daarna zongen de aanwezigen het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus. Vervolgens droeg dichter Nanne Nauta een gedicht voor, gevolgd door een defilé langs de vijftig oorlogsgraven.