Februari 2026
Zonder rotsvast Godsvertrouwen komen we er niet
Zoals eens in de tempel van Jeruzalem zijn er ook nu in de Kerk verschillende mensen aanwezig met hun eigen belangen, een eigen perspectief van waaruit zij de wereld en medemensen bekijken, een verschillend carrièreperspectief, een verschillende sociale positie en achtergrond, met goede en minder goede intenties, vervuld van zichzelf en ijdel, zoals die vermogende mensen die onder de ogen van Jezus in de offerkist grote gaven kunnen werpen, maar die ze als gevolg van hun rijkdom nauwelijks in hun portemonnee voelen, of juist nederig, zoals die arme weduwe (Mc. 12,41-44). Kortom: een menigte mensen zoals we die overal zouden kunnen aantreffen.
Van die weduwe kunnen wij twee dingen leren: op de eerste plaats is zij voor ons een voorbeeld door haar rotsvast geloof in God en daardoor – en dat is het tweede dat wij van haar kunnen leren – is zij in staat van haar eigen persoon een zelfgave te maken. Zij gaf immers twee penningen (‘het penningske van de weduwe’) en dat was alles waar ze van leven moest.
Op de zijkant van een Nederlandse munt van € 2 staat de tekst ‘God zij met ons’. Dat is een vrome uitspraak, maar ik vrees dat de meeste Nederlanders vandaag de dag meer vertrouwen hebben in hun beleggingsadviseur dan in God. God kun je niet zien, ook niet met de James Webb-ruimtetelescoop, of in een grafiekje persen. Met onze zintuigen, ook al zijn ze met nog zo geavanceerde en geraffineerde instrumenten verfijnd, kunnen we God niet waarnemen. En de meeste mensen kijken wat dat betreft letterlijk niet verder dan hun neus lang is.
En als we geen rotsvast vertrouwen in God hebben, dan zijn we tot een zelfgave niet in staat. Bij een lezing voor jongeren enkele jaren geleden zei één van hen dat zijn grootvader een uitgetreden priester was. Hij vroeg zich daarom af of het aantal priesterroepingen niet zou kunnen stijgen, als we eindelijk dat priestercelibaat eens een keertje zouden afschaffen. Maar dat is een illusie. Wie zich priester laat wijden, geeft zichzelf volledig weg aan Christus en door Christus heen aan zijn bruid, de Kerk. Maar om zo’n stap te kunnen zetten, moet je een rotsvast geloof in God hebben. Dat geloof van die weduwe. Maar het is juist dat rotsvaste geloof dat vaak ontbreekt.
Mensen die trouwen, kiezen ook voor een totale wederzijdse zelfgave aan hun echtgenoot of echtgenote. Totaal, alleen al omdat zij zichzelf aan elkaar geven tot de dood hen scheidt. En krijgen ze kinderen en gaan zij die opvoeden, dan komen ze erachter wat het betekent zichzelf totaal te geven. Je kinderen kunnen je niet terugbetalen. Veel jonge mensen willen geen kinderen, en dat is niet alleen omdat ze moeilijk aan een huis kunnen komen, maar ook omdat ze kinderen maar lastig vinden. Ze kosten je klauwen vol geld, jengelen je uit je slaap als ze klein zijn en zijn daardoor nog een bedreiging voor de opbouw van je carrière ook.
En hoe zit het dan met mensen die geen priester of religieus zijn of die niet getrouwd zijn? Ook bij hen kan er sprake zijn van echte zelfgave. Veel mensen zien in hun beroep een roeping om anderen te dienen en bij te staan.
Als we een rotsvast geloof hebben in Christus, dan kunnen we de moed opbrengen om Hem te volgen. En wat is nou de kern van de navolging van Jezus? Dat is dat je van je eigen persoon een zelfgave maakt, zoals Hij dat heeft gedaan in zijn kruisdood.
Jezus heeft zichzelf aan het kruis gegeven in zijn lijden om ons van de zonde en de eeuwige dood te verlossen en terug te brengen tot de Eeuwige Vader. Die weduwe met haar twee penningen realiseert in eigen persoon de essentie van het christelijk leven. En dat komt neer op een rotsvast geloof in God, waardoor we in ons leven Jezus durven na te volgen en ook tot een zelfgave durven te komen. Ik wens ons allen van harte dat rotsvaste geloof van die weduwe.