18-04-2012
Ook de andere wang toekeren?
“Als iemand u op de ene wang slaat, keer hem dan ook de andere toe” (Luc. 6,29), zo spoort Jezus ons aan. Een klap op de wang is niet alleen pijnlijk, maar ook vernederend.
Generaties christenen hebben zich vertwijfeld de tanden stukgebeten op deze uitspraak van Jezus. Zij roept verontwaardiging op: zo laat je over je lopen! Mogen we iemand dan niet straffen voor het onrecht dat hij of zij ons aandoet? Als we dat niet deden, dan zou een flink aantal mensen daar danig misbruik van maken. En lezen we elders in de Heilige Schrift niet dat we voor de onderdrukten in deze wereld moeten opkomen? Dit vergt dat we zo nodig ook onze tanden laten zien.
Jezus zegt wel vaker dingen met opzet uitdagend. Daarmee wil Hij ons uit de tent lokken. Door deze prikkelende uitspraken gaan we automatisch ons geweten onderzoeken en ons afvragen of we Jezus nu wel echt willen navolgen.
Uiteraard is genoemde uitspraak niet letterlijk bedoeld, maar figuurlijk. Maar de vraag blijft wat Jezus ons hiermee precies wil zeggen. Dat wordt duidelijk als Jezus Zelf op de wang wordt geslagen. In de nacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag ondergaat Hij een ondervraging door de hogepriester. Een dienaar die bij de hogepriester een wit voetje wil halen, geeft Jezus een klap op de wang met de woorden: “Antwoord gij zo de hogepriester?” (Joh. 18,22).
Lees verder